Er zijn van die momenten waarop je als ouder denkt: Hé, gisteren kon je dit nog niet…
Je kind trekt zich ineens op. Zet opeens een paar losse stapjes. Klimt ineens zelf op de bank. Of ontdekt opeens dat het met een lepeltje kan scheppen, voelen en bewegen.
Veel ouders herkennen dat dit soort ontwikkelingssprongen opvallend vaak lijken samen te vallen met een vakantie. Ineens is er meer tijd. Minder haast. Een andere omgeving. En vooral: meer tijd om samen te zijn.
Is dat toeval?
Niet helemaal, vakantie is geen wondermiddel, maar de rust, ruimte en tijd die erbij komen kijken, kunnen wel veel betekenen voor de ontwikkeling van je kind.
De ontwikkeling van een kind ontstaat uit een voortdurende wisselwerking tussen biologische rijping, ervaringen, relaties en de omgeving waarin een kind opgroeit. Juist in de eerste levensjaren is het brein bijzonder gevoelig voor ervaringen uit die omgeving. De WHO benadrukt daarom het belang van wat zij nurturing care noemt: goede gezondheid en voeding, veiligheid en geborgenheid, responsieve relaties en mogelijkheden om te leren vanaf de geboorte.
En precies daar raakt sensorisch spel aan iets belangrijks.
Eerst een veilige basis
Voordat een kind nieuwe bewegingen, vaardigheden of ervaringen kan aangaan, heeft het een basis nodig van veiligheid, voorspelbaarheid en een beschikbare volwassene. Dat betekent niet dat een kind altijd volledig ontspannen moet zijn. Ontwikkeling vindt juist ook plaats wanneer een kind iets spannend of uitdagend vindt en vervolgens, met voldoende steun, ontdekt: “ik kan dit.”
In de ontwikkelingswetenschap wordt veel gesproken over responsieve interacties: het heen-en-weer reageren tussen kind en volwassene. Je kind kijkt naar een bal, jij benoemt de bal. Je kind maakt een geluid, jij reageert. Je kind probeert te klimmen, jij bent dichtbij en geeft ruimte waar dat kan en ondersteuning waar dat nodig is. Dat maakt jouw aanwezigheid zo belangrijk.
Niet omdat je voortdurend iets moet aanbieden, uitleggen of trainen, maar juist omdat je er bent om te kijken, te volgen en te reageren.
Waarom lijkt een kind op vakantie ineens zoveel meer te kunnen?
Stel je voor:
Thuis is het maandagmorgen. Aankleden, ontbijt, tas pakken, naar de opvang of het werk. Alles moet op tijd en veelal op de automatische piloot.
Op vakantie ziet de dag er anders uit. Misschien zit je samen op het gras. Je kind kruipt over een onbekende ondergrond. Voelt zand tussen de vingers. Stapt een heuveltje op. Klimt over een boomstronk. Spettert met water. Je hebt tijd om te kijken wat je kind interessant vindt.
Dat kan verschillende dingen tegelijk opleveren.
1. Meer tijd en minder druk
Niet omdat een ontspannen zenuwstelsel simpelweg zorgt voor ‘soepelere spieren’, maar omdat kinderen onder omstandigheden waarin zij zich veilig voelen meer ruimte kunnen hebben om te verkennen, proberen en herhalen.
Een kind dat niet hoeft op te schieten, kan nog een keer proberen. Nog een keer opstaan. Nog een keer over die rand stappen. En juist die herhaling is belangrijk voor leren.
2. Een andere omgeving geeft nieuwe bewegingsmogelijkheden
Een baby die vooral op een gladde vloer beweegt, krijgt andere informatie dan een kind dat over gras, een kleed, zand of een zachte ondergrond kruipt.
Elke ondergrond geeft informatie aan het lichaam: over aanraking, druk, houding en beweging. Een kind gebruikt die informatie om bewegingen voortdurend bij te stellen.
Een helling vraagt iets anders van het lichaam dan een vlakke vloer. Een zachte ondergrond voelt anders dan een harde. Water beweegt mee. Zand zakt weg. Een tak is niet overal even dik.
Dat maakt een omgeving interessant.
Niet omdat iedere nieuwe prikkel automatisch ‘de ontwikkeling stimuleert’, maar omdat een rijke omgeving kinderen mogelijkheden geeft om te ontdekken, te oefenen en zelf oplossingen te vinden.
En dan is er nog iets: jouw aandacht
Misschien is dit wel het belangrijkste onderdeel van allemaal.
Op vakantie zit je soms gewoon naast je kind.
Je kijkt.
Je ziet dat je kind naar een steentje grijpt. Je wacht. Je ziet hoe het probeert om over een randje heen te komen. Je hoeft niet meteen te helpen. Je kunt volgen wat je kind zelf probeert.
Dat is ontzettend waardevol.
Een kind leert namelijk niet alleen van de omgeving, maar ook in relatie tot de mensen om zich heen. Wanneer een ouder opmerkzaam en responsief reageert, ontstaat er ruimte voor een kind om initiatief te nemen en daarop verder te bouwen.
Misschien is dat ook wel een deel van het vakantie-effect.
Niet dat kinderen op vakantie ineens sneller ontwikkelen.
Maar dat wij als volwassenen soms eindelijk de tijd hebben om te zien hoeveel ontwikkeling er al gaande is.
Sensorisch spel: voelen, bewegen en ontdekken
En precies daarom is sensorisch spel zo waardevol.
Sensorisch spel is spel waarbij kinderen hun zintuigen en hun lichaam volop kunnen gebruiken. Denk aan voelen, kijken, luisteren, ruiken en bewegen. Maar ook aan de informatie die het lichaam zelf geeft over houding, balans en beweging.
Of simpelweg de mogelijkheid om te kruipen, klimmen, rollen, tillen, duwen en balanceren.
Het kind krijgt daarbij voortdurend informatie binnen en probeert daar iets mee te doen.
Hoe voelt dit?
Kan ik hierop staan?
Wat gebeurt er als ik dit laat vallen?
Kan ik hier overheen?
Hoe hard moet ik duwen?
Wat gebeurt er als ik mijn gewicht verplaats?
Dat is leren.
Daarom bestaat de Sensorische Beweegtuin
In de Sensorische Beweegtuin willen we niet aan het gras trekken zodat het sneller groeit.
We willen “het gras” de ruimte en rust geven om te groeien.
Dat is misschien wel de mooiste manier om naar ontwikkeling te kijken.
Een kind heeft geen ouder nodig die iedere mijlpaal probeert af te dwingen. En ook niet voortdurend een activiteit die ‘goed is voor de ontwikkeling’.
Een kind heeft vooral behoefte aan een veilige omgeving, mogelijkheden om te bewegen en ontdekken, en volwassenen die met aandacht aanwezig zijn.
De wetenschap rondom vroege ontwikkeling onderstreept het belang van precies die combinatie: veiligheid, responsieve relaties en mogelijkheden voor spel en leren.
Dus als je kind op vakantie ineens die eerste stapjes zet, zich voor het eerst optrekt of opeens zelf over een boomstam klautert, geniet daar dan vooral van.
Het was waarschijnlijk niet de vakantie die het kunstje heeft geleerd.
Het waren alle eerdere ervaringen die op het juiste moment, in de juiste omgeving samenkwamen.